Na een warme dag en zwoele avond steekt er plotseling een harde wind op en verschijnen er "dunderkoppen boven ' t laand ". Op de radarbeelden is te zien dat de zware onweersbuien net onder ons door trekken, zodat het bij een korte dreiging blijft. Een half uur later is het weer bladstil geworden.
Eindelijk zomerse temperaturen !
Om het te vieren een typische mei-impressie van een door muggen omringde Gele Kwikstaart op een fluitenkruidstengel.
Een uurtje zoeken met de detector op een nog heel klein stukje braakliggend bouwland leverde me dit bijzondere vondstje op.
Het is een prachtig bewerkt bronzen bovendeel van een mes, waarvan het ijzeren mesgedeelte is weggeroest maar waarvan het heft een schitterende afbeelding van een doedelzakspeler laat zien.
Naast de blijde verrassing van het vinden van zoiets, is vooral het naspeuren op internet zo leuk. Het blijkt dat ze vaker worden gevonden en dat er ook een vrouwelijke variant van bestaat. Een vrouw met een foekepot. Dat zou aardig zijn, om die er nog eens bij te vinden maar die kans is uiteraard bijzonder klein.
Het voorwerp kan vrij nauwkeurig worden gedateerd, namelijk eind 16e of begin 17e eeuw.
Ooit heeft iemand, waarschijnlijk een zeer gegoede burger, die leefde in de tijd van de 80-jarige oorlog hiermee misschien het randje vet van zijn vlees afgesneden.

Nog even wat naslag-info:
Beschrijving: opschuifheft van het mesheft met de doedelzakspeler.
De decoratie van het heft bestaat uit bloem- en ranken motieven die met verschillende geemaileerde kleuren zijn ingelegd. In feite gaat het om uitsparingen die zijn ingelegd met email. Deze techniek wordt ook wel aangeduid als email tussen verhoogde velden. De voor en achterkant van het heft heeft eenzelfde decoratie en email inleg in de kleuren wit, diepblauw en bruin/rood. Het koperen mesheft is gesmeed, gegoten en ingelegd, dateert naar verwachting uit de tijd van de laatste kwart van de 16e of begin 17e eeuw. Van het mes zijn parallellen bekend uit o.a. Leiden, Middelburg en Dordrecht.
Van een grutto op een landpaal heb ik al tientallen opnames gemaakt. Dat is niet moeiijk omdat ze met de auto heel goed van dichtbij zijn te benaderen. Om er wat meer sfeer in te brengen positioneer ik me zodanig dat de lens precies tussen heen en weer wuivend fluitekruid scherp moet stellen.
Door deze zacht-witte ' out-of-focus' omlijsting ontstaat er een romantische voorjaarsfeer..
Een 3-tal plaatjes die ik schoot op het prachtige schierleilandje Als in Zuid Denemarken, waar we het zeer troffen met de weersomstandigheden...
en het feit dat het toch al fraai glooiende landschap werd geaccentueerd door het in bloei geraakte koolzaad.
Ik trof er onder andere deze volledig bijkleurende Geelgors aan. Wel jammer dat het deze keer een nogal introvert type betrof die gin zin had in het aanheffen van zijn ' a little bit of bred but no chéééése..' -liedje dat de Britten er in menen te horen. In 't Deens wil dat natuurlijk nooit met al die öööö-tjes.
In datzelfde bosje verbleef ook een Braamsluiper die maar niet wilde stilzitten en waarop ik een half uur heb staan wachten totdat hij een seconde wilde poseren..
Dat was genoeg en in die heerlijke omlijsting van bloesemtakken doet zo'n kruip-door-sluip-vogeltje het gewoon erg goed.

We gaan er even een paar dagen tussenuit richting Denemarken ; strelend vooruitzicht op ' quality time' met geliefden en het voornemen om daar toch ook wel een paar mooi foto's te maken.
Onderstaand plaats ik voor de tussentijd weer een uitgeknipte terugblik op vervlogen dagen uit de jaren tachtig.
Kijk, dat vind ik nu leuk om te vinden!
Onlangs piepte ik met de detector dit sierlijk vervaardigd voorwerpje van brons op, waarin ik na het schoonmaken ervan een gezichtje ontwaarde. Naspeuring op internet leverde op dat ik een zogenaamde plaathaak heb gevonden. Een kledingaccessoire uit de 16e of 17e eeuw, waarin een cherubijnenkopje is verwerkt.
Een plaathaak?
Ja , ik zal even de verkregen info met u delen:
Plaathaken bestaan uit een centrale, vaak versierde, plaat waarin aan de rand meestal drie openingen zitten.
Deze openingen dienden voor de bevestiging van kledinghaken. De bevestiging geschiedde door midddel van een S-vormige schakel of een ringetje.
Plaathaken werden meestal op borsthoogte gedragen. Hiermee kon men niet alleen de mantel sluiten, maar tevens een deel van de kleding optrekken en vastzetten.
De platen zijn vaak voorzien van een versiering bestaande uit florale ornamenten en cherubijnkopjes, waardoor ze goed zijn te dateren in de periode tussen ca 1575 en 1625
Onderstaande illustraties geven nog wat meer duidelijkheid over hun functie..
Bij het doorbladeren van een oud fotoalbum, tuimelde mij m’n beduimeld lagere-schoolrapportje uit de vervlogen jaren weer eens tegemoet. Ik toon u even het Rapport van deze Leerling der 6e Klasse in het kursusjaar ‘67/’68.
Ik stel vast : Consequente stabiliteit in de karakterkenmerken Vlijt en Gedrag.!
Ja, zelfs qua Netheid scoorde ik - met een geringe, maar onverklaarbare inzinking in het eerste kwartaal - met een 8 in de categorie “ Goed” vastgesteld door het Hoofd der School Meester Broekema.
(Onbegrijpelijk dus, hoe die blauwe knoeivlekken op het kaftje zijn veroorzaakt..)

Hoewel hij “desverlangd gaarne nadere inlichtingen” aan mijn ouders had verstrekt was dat kennelijk zelden nodig. Mijn vader vond het geloof ik allemaal wel best en mijn moeder bezocht 1 x per jaar plichtsgetrouw de ouderavond waar ik als kind ook niet veel terugkoppeling over kreeg. Wat een verschil met deze tijd waarin ik als papa van schoolgaande kinderen geacht werd diverse 10 minutengesprekken te voeren, infoavonden bij te wonen, afsluitmiddagen mee te maken, schoolkampen mee te organiseren, medezeggenschapsraden te bemannen , schoolpleinen op te knappen enzovoorts. Nou ja..wij hadden op den duur een afwasmachine zal ik maar zeggen dus hielden we toch nog tijd over.
Enfin let wat mijn schoolprestaties betreft ook even op de in dat jaar sterk stijgende lijn in het Rekenvak en helemaal op die subtiele progressie in het kunnen opdreunen van Psalmen.
Stapsgewijs met plusjes vooruit..van een 91/2 naar een volle 10! Jawel..Met dank aan Meester van Wageningen.
Je kunt zeggen wat je wilt; in mijn evangelisch wereldje zingen we zelden of nooit meer uit de Bundel der Berijmde Psalmen maar ze zitten allemaal nog opgeslagen op de harde schijf van mijn zieleleven en komen steeds vaker in complete coupletten bovendrijven op zeer van toepassing zijnde momenten.
Ze hebben 't eigenlijk te druk voor het restant van mijn laatste vetbol...
Er moet in de eerste plaats nodig het hof worden gemaakt, er dienen territoria te worden verdedigd en nestkastjes moeten nodig onderzocht. Maar zo af en toe nemen ze nog even een razendsnelle snack tussendoor.
Dan ratelt mijn camera en mislukken er zeker meer dan honderd foto's.
Maar uiteindelijk is er ééntje bij die ongeveer is zo als ik 'm in gedachten had; in tegenlicht en met doorschenen, uitgespreide vleugels.
Een vergeelde foto genomen ergens rond 1930, waarop mijn overgrootvader Krien Klompien met een ‘wie doet me wat‘-air de fotograaf lijkt aan te kijken terwijl opoe ‘Jaike’ gehuld in gestreept baaien schort met ‘t eerappelschilmes in de aanslag, toch iets meer ingetogenheid uitstraalt. Een tot mijn verbeelding sprekende scene die zich afspeelde direct achter mijn geboortehuis aan het Damsterdiep in Ten Post. Ondanks die zelfverzekerde houding was Krien zich toch wel bewust van de vergankelijkheid der dingen want anders noemde hij hun ‘85 tons’ turfschip waarop ze woonden, werkten en nageslacht verwierven, natuurlijk nooit “Niets Bestendig”. Dat ook mijn bestaan – via via - zijn oorsprong vindt in hun echtelijke escapades mag duidelijk zijn. Jawel. Uiteindelijk bleek ook ik in de verrekijker te zitten!
Maar bijna was ik er nooit van gekomen. Dat zit zo:
Mijn moeder was als 8 jarig meisje kind aan huis op het schip bij opa en opoe en mocht op een dag, tijdens het aan de wal manoeuvreren ook heel even aan boord. Meteen rende ze naar het grote roerwiel en riep “ Kiek opoe, ik kin ook al sturen”. Op dat onbewaakte moment maakte het roer een onverwachte slag waardoor kleine Trijn haar evenwicht verloor en overboord tuimelde. Opa Krien en Opoe Jaike bedachten zich gelukkig geen moment en sprongen gelijktijdig in het bruine water en wisten eendrachtig mijn toekomstige mamsie weer tijdig op het droge te hijsen. Best wel bijzonder als je bedenkt dat geen van beide ook maar een slag kon zwemmen. Nou dan mag je van mij best even wijdbeens, met de borst vooruit op de foto! Hulde !.